Translate

woensdag 27 juni 2012

Ahl us-Soennah vs al-Khawaaridj

Ahl us-Soennah vs al-Khawaaridj















Allah de Verhevene zegt (interpretatie van de betekenis):

“O jullie die geloven, wees godsvruchtig met de gepaste godsvrucht en sterft niet anders dan als moslims. En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allah en weest niet verdeeld. Gedenkt de gunst die Allah jullie schonk toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar bracht en jullie door Zijn gunst broeders werden, toen jullie je op de rand van de afgrond van de Hel bevonden en Hij jullie ervan redde. Zo heeft Allah Zijn Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt. Opdat jullie leiding zullen volgen. En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die zullen welslagen. En weest niet zoals degenen die (onderling) verdeeld waren en zijn gaan redetwisten nadat de duidelijke tekenen tot hen waren gekomen. En zij zijn degenen voor wie er een geweldige bestraffing is. Op die Dag zullen er gezichten wit worden en zullen er gezichten zwart worden. En wat betreft degenen wiens gezichten zwart zullen worden…”
(Soerat Aali cimraan: 102-106)

 
Ibn cAbbaas en anderen hebben over dit gezegd: “De gezichten van Ahl us-Soennati wal Djamaacah zullen op de Dag des Oordeels wit worden en de gezichten van Ahl ul-Bidcah zullen zwart worden.

“En wat betreft degenen wiens gezichten zwart zullen worden (hen zal gezegd worden): ,,Zijn jullie tot ongeloof vervallen nadat jullie gelovig geworden waren? Proeft dan de bestraffing wegens wat jullie plachten niet te geloven. En wat betreft degenen wiens gezichten wit zullen zijn: zij zullen in de Barmhartigheid van Allah verkeren, zij zullen daarin eeuwig levenden zijn.”
(Soerat Aali cimraan: 106-107)
 

Er is overgeleverd door at-Tirmidhi op gezag van Aboe ‘Oemaamah dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd over de Khawaaridj: “Zij zijn de honden van het Hellevuur.” Vervolgens reciteerde hij (vrede zij met hem) het vers (interpretatie van de betekenis):
 
“Op die Dag zullen er gezichten wit worden en zullen er gezichten zwart worden.”

(Soerat Aali cimraan: 106)
















Imam Ahmad ibnoe Hanbal (moge Allah hem begenadigen) heeft gezegd:

“De overleveringen met betrekking tot de Khawaaridj zijn correct overgeleverd. Zo zei de Profeet (vrede zij met hem) over de Khawaaridj:“Wanneer één van jullie zijn gebeden en vasten vergelijkt met die van hen, dan zullen jullie het gebed en vasten van jezelf minachten. En wanneer één van jullie zijn recitatie vergelijkt met die van hen, dan zal hij zijn recitatie minachten. Zij reciteren de Koran maar deze komt niet verder dan hun kelen. Zij vliegen uit het geloof zoals een pijl uit een koker vliegt.”

(al-Boekhaari en Moeslim)
 

De Khawaaridj waren de eersten die de moslims verketterden. Niet alleen verketteren zij de zondaren, maar ook degenen die tegen hen zijn en hun nieuwlichterijen weerleggen. Dit laatste is kenmerkend voor Ahl ul-Bidcah. Ook verklaren zij het bloed en bezittingen van de moslims schendbaar.

Ahl us-Soennati wal Djamaacah zijn degenen die het Boek en de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) volgen en die hem gehoorzamen. Zij zijn het die de waarheid volgen en barmhartigheid tonen tegenover de schepselen.

De eerste innovatie die is verschenen in de Islam is de innovatie van de Khawaaridj en de Shiecah. Dit was ten tijden van het Kalifaatschap van cAli (moge Allah genadig met hem zijn), waarop hij beide groeperingen heeft bestraft.

Al-Khawaaridj hebben cAli bestreden, waarna hij hen bestreed. Wat betreft de Shiecah; de extremen onder hen heeft hij verbrand. Daarnaast riep hij op tot het doden van cAbdoellah ibnoe Saba’ waarop deze vervolgens vluchtte. Ook beviel hij om degenen die hem boven Aboe Bakr en cOmar plaatsten te geselen. Zo is het overgeleverd in Sahieh al-Boekhaari dat cAli heeft gezegd: “De beste persoon, in deze gemeenschap, na de Profeet (vrede zij met hem) is Aboe bakr vervolgens cOmar.”

Sheikh ul-Islaam ibn Taymiyyah
Madjmoec ul-Fatawaa’, Boekdeel 3


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat een reactie achter ...